Kermit was op reis dwars door NormandiŽ

Zaterdag 28 april t/m vrijdag 4 mei 2007

Kermit, de mascotte van www.weegink.nl, is weer op reis geweest. Hij is met een 4 tal motorrijders op pad ehh... op weg geweest naar de Franse Noord-West kust.

Hieronder een reisverslag.

(C) Copyright www.weegink.nl

Het vertrek uit Almelo. Ik zit op de tweede motor op de koplamp. Tijdens het rijden niet hoor, dat is veel te gevaarlijk. Dan kruip ik lekker in mijn veilige koffer met een speciaal kikker doorkijk raampje.
Tijdens een tussen stop even genieten van de zon.
De eerste nacht heb ik samen met de motorrijders overnacht in een oud kasteel.
Af en toe als de motorrijders even stopten om alles te bekijken en natuurlijk om te roken, ben ik ook even gaan rondkijken.
Maar met een verrekijker die overal langs de Normandische kust staan kun je alles nog veel beter bekijken.
Onderweg wel even de GPS nakijken af alles goed gaat. De voorrijder heeft maar ťťn klein foutje gemaakt. Hij dacht rechtsaf te moeten gaan maar er stond een groot hek, hij had de weg moeten vervolgen naar links hahahaha.
Je ziet veel mooie gebouwen maar ook vreemde vogels. Hier in Le Havre hebben ze een kikkerpoel gemaakt voor het Hotel de Ville (stadhuis) en er staan een paar ijzeren vogels in. Ik durfde er niet in te zwemmen hoor.
In NormandiŽ zijn de geallieerden op 6 juni 1944 aan land gekomen om een einde te maken aan de Duitse bezetting. Overal zijn er musea, gedenkstenen, informatiepunten en ander bezienswaardigheden.
In Colleville sur Mere is een Amerikaanse bergraafplaats waar 9387 soldaten liggen waarvan de meesten zijn omgekomen op D-Day.
Er zijn verschillende afbeeldingen waarop te zien is hoe de Amerikanen, Britten en Canadezen de aanval hebben ingezet op de Duitsers.
De begraafplaast in Colleville sur Mere liggen ongeveer 10% van alle gesneuvelde militairen van de 2e wereldoorlog. In totaal verloren de Amerikanen 93242 militairen
Als bekent was dat de militair van Joodse afkomst was dan kreeg deze een ster op zijn graf. Alle andere, ongeacht geloofsovertuiging, een kruis.
De Mont Saint-Michel is een rotsachtig eilandje in Frankrijk. Het ligt ongeveer 1 kilometer uit de kust bij de plaats Avranches in NormandiŽ. Het is oorspronkelijk een getijdeneiland: het was over land bereikbaar bij eb, maar bij vloed was het omringd door water. Tegenwoordig loopt er een smalle verhoogde weg naar het eiland. Het eiland, met zijn trapstraten, is alleen toegankelijk voor voetgangers en kikkers.
Oorspronkelijk was het eiland een bergje in een bosrijk gebied dat dicht bij de kust lag en niet beschermd door duinen. Na een vloedgolf werd het bos verwoest en een deel van de grond trok naar de zee. Hierdoor werd het land waar vroeger dat bos lag, net laag genoeg om door de zee bij vloed overspoeld te worden. Het bergje werd een eiland waar men een abdij op gebouwd heeft.
Mont Saint-Michel werd eertijds gesticht door de heilige Aubert rond 700, die op de berg in eenzaamheid en verbondenheid met de natuur en de zee, kwam bidden. Volgens de legende zou de Aartsengel MichaŽl verschenen zijn aan de heilige Aubert, die visioenen kreeg over een kerk op de rots. St.MichaŽl beval de monnik om daar een kerk te bouwen, waar de monnik in 708 aan de kerk op de rotspunt, dicht bij de kust, begon te bouwen. In 709 was de kapel af en konden er 100 mensen in. In de loop van de tijd bouwden de monniken daar een klooster op en vergrootten de kapel tot een kerk. In de 9e eeuw en de eerste helft van de 10e eeuw was er maar alleen een klooster op het rotseiland. Het kon bereikt worden met een sloep of een schip. Dat was ook nodig voor de bevoorrading van het klooster. In 966 kwamen de Noormannen of beter, de NormandiŽrs op het rotseiland. Ze bouwden onderaan en rondom het klooster op de rotshellingen, woonhuizen. De bekeerde NormandiŽrs woonden daar voortaan met hun gezin. De Benedictijnen mochten er blijven. De stenen waarvan de kerk en het klooster gebouwd werden, kwamen van de eilanden Jersey en Guernsey, die op 22 km van de rots liggen. De kloosterlingen en inwoners van Avranches kapten de stenen van de eilanden en brachten ze per schip tot aan de voet van de rots. Een groot raderwiel dat binnen de kloostermuur aan de westkant stond, werd rondgedraaid door 4 ŗ 5 personen, om de bouwstenen langs de rotshelling naar boven te hijsen. Dit grote rad is nu nog altijd te zien in het klooster.
Nabij St LŰ, in Marigny-la-Chapelle is een Duitse begraafplats ingericht. In totaal liggen daar 11.169 Duitse militairen.
Per graf liggen er twee militairen begraven.
In St. MŤre Eglise zijn de Amerikaanse para's in de nacht van 5 op 6 juni 1944 geland op ťťn na, John Steel, hij bleef met zijn parachute aan de kerktoren hangen. Hij heeft daar twee uur voor "dood" gehangen en heeft de oorlog uiteindelijk overleeft. John is na de oorlog meerder keren terug geweest in St. MŤre Eglise voor zijn dood op 16 mei 1969. Aan de kerktoren hangt nu een pop in gevechtstenue aan een parachute.
Binnen in de kerk is een raam aangebracht ter nagedachtenis aan de oorlog.
Op 1 augustus 1944 landde de Franse generaal Leclerc met zijn 2e pantserdivisie op de stranden van NormandiŽ om deel te nemen aan de omsingeling van Duitse troepen in Falaise en bevrijdde Argentan op 12 augustus. Daarna was Generaal Leclerc de eerste die met zijn eenheid in Parijs aankwam. Daarna bevrijdde de 2e pantserdivisie Straatsburg op 23 november 1944. De 2e pantserdivisie eindigde de oorlog in Berchtesgaden op 4 mei 1945. waar hij aan land kwam staat een gedenkteken en twee oude voertuigen van zijn divisie.
Pointe du Hoc is een locatie op een klip langs de Normandische kust in Noord-Frankrijk. De rots bevindt zich tussen Omaha Beach en Utah Beach. Beneden is er een smal keistrand van een tiental meter breed, daarna steekt Pointe du Hoc 30 meter boven de zee uit.
In de Tweede Wereldoorlog werd dit punt bestreken door Duitse bunkers en kanonnen. De Duitsers had zes 155 mm kanonnen geÔnstalleerd, om de landingsstranden te verdedigen. Op 6 juni 1944, bij de landing in NormandiŽ, was Pointe du Hoc een doelwit van de geallieerden, om de bedreigde stranden vrij te krijgen van het dreigende geschut van de 155 mm scheepskanonnen. Deze moeilijke en zware missie werd toevertrouwd aan de US 2nd Ranger bataljon, onder leiding van luitenant-kolonel James Earl Rudder. 225 man zouden landen op het strand en moesten de kanonnen vernietigen.

De dagen voordat de landing op Pointe du Hoc plaatsvond, werd het zwaar gebombardeerd. Door deze bombardementen hadden de Duitsers de 155 mm kanonnen meer landinwaarts geplaatst, hetgeen de Rangers niet wisten. Om 7 uur in de morgen bereikten de Rangers de voet van de 30 meter hoge klippen, die door de Duitsers vanuit bunkers werden verdedigd. Met behulp van touwladders en met mortieren omhoog geschoten enterhaken met touwen, slaagden de mannen erin tegen de klippen op te klimmen, de Duitsers uit te schakelen en een strategische positie in te nemen. Men ontdekte echter dat de kanonnen uit de bunkers weggehaald waren. De Rangers verzamelden zich boven en enkele gingen op zoek naar de artillerie. Deze werd al vlug gevonden en vernietigd. De lastigste periode kwam na de aanval op de klip. De groep bleef twee dagen geÔsoleerd en moest verschillende Duitse tegenaanvallen afslaan om de positie onder controle te houden. In de morgen van 7 juni bedroeg het aantal inzetbare manschappen 90 tot 100 man, waarvan velen lichtgewond waren. Opgesloten tussen de bunkerresten hadden ze geen voedsel meer en zaten ze krap in hun munitie. Later die dag arriveerden uiteindelijk enkele versterkingen en konden de Duitsers definitief worden teruggedrongen.

Op de terugweg naar Almelo zijn we weer over de Pont de Normandie gereden. Het weer was beter dan eerder die week en de tolbrug (gratis voor fietsers, voetgangers en motorrijders) liet zich al rijdend mooi op de foto zetten.

Tot zover mijn ervaringen over de trip naar de Franse Noord-West kust. Ik ga mij voorbereiden op een week hard werken. Ik zal de eerste kikker zijn die een speciale opleiding gaat krijgen. Maar daarover later meer.

Kermit le Kikker


(C) Copyright www.weegink.nl